Op zoek naar de verbeelding kom ik, Leon Hoeneveld, uit bij de uitbeelding van de inbeelding. Het beeld dat ik voor ogen heb is dat niet de steen het beeld vormt maar de leegte, het niets.
Ieder kunstwerk heeft minimaal twee aspecten, eerder nog meerdere dimensies. We (mensen in het algemeen) zijn gewend om te kijken naar de persoonlijkheid van de kunstenaar en betrekken het kunstwerk op de persoonlijkheid. Tevens kijken we naar de sociaal-historische aspecten van het kunstwerk. In hoeverre lijkt het op iets dat eerder gemaakt werd of doet het een uitspraak over de huidige situatie.
Bij de analyse van een kunstwerk gaat het mijns inziens maar om één ding. De analyse zelf. Dus vergeet ik nu even de persoonlijkheid van de kunstenaar en het tijdsbeeld waar het betrekking op heeft, al zijn dit wel onderdelen van de analyse, maar ik wil dieper ingaan op de motieven om een gedeelte van de wereld met grote zorg en aandacht te analyseren. Het motief om zich in de kunstwereld te begeven.
Wat is er makkelijker om er helemaal geen mening op na te houden? Of om alles in de wereld van de kunst onder de noemer van onbegrijpelijkheid te brengen. Of nog anders, de kunst nodigt uit om geanalyseerd te worden, maar daar hoeven we helemaal niet op in te gaan. We kunnen zover gaan dat we onder kunst het banale verstaan, dat door haar herkenbaarheid en nietszeggendheid vertrouwd en ongecompliceerd is.
De motivatie om te gaan analyseren moet al in de mens aanwezig zijn. Het spel der kunsten is er vooral één voor de onderzoekende geest die zichzelf laat prikkelen en ook bereid is een twijfelexperiment aan te gaan. Voor de jonge mens in ontwikkeling is de kunst een uitnodiging om aan een debat mee te doen, om toch vooral te reageren. Om bij de groep van mensen te gaan horen die blijvend nadenken over de wereld.
We zien dat de motivatie om te analyseren en tot de kunstwereld toe gelaten te worden er toch weer één is van bij een groep behoren. Ik wil met dit in het achterhoofd weer terug gaan naar de afzonderlijke aspecten van de kunst.
De persoonlijkheid van de kunstenaar kan de kunstwereld opvatten als een kleine groep, een unieke en speciale groep. Het is heel goed mogelijk dat die kunstenaar de kunstkijker eigenlijk niet rekent tot de kunstwereld. Het is ook mogelijk dat de kunstenaar de kunstwereld volledig laat samenvallen met de totale wereld om te proberen toch vooral het analyserende denken bij iedereen te krijgen. Deze uitersten, de elitaire denker en de gemeenschapsdenker staan tegenover elkaar en bepalen een soort van schaalverdeling voor het beoordelen van de persoonlijkheid van de kunstenaar. Persoonlijk neig ik er naar om de toeschouwer tot de kunstwereld te rekenen. Hun oordeel acht ik relevant voor hoe ik verder moet. Aan de andere kant ben ik erg gekant tegen de commercie in de kunst en ben ik niet bereid de exclusiviteit te vercommercialiseren, omdat er nu eenmaal een publiek voor is. Het zijn mijn eigen gevoelens en gedachtes, mijn inbeelding, die tot de beelden leiden en juist speciaal die eigenheid staat open voor analyse. Ik wil geen zoektocht naar de bekende emoties in mijn beelden inbouwen.
Sociaal-historisch gezien wil de kunstenaar graag bij een kritische groep horen. Als de kunstenaar bij de gevestigde orde zou horen en de groep dus te groot zou zijn, zou ze mogelijk haar mogelijkheid tot kritiek verliezen. Maar is dat wel zo? Het fenomeen van de gevestigde kunstenaar is niet onbekend. De kritische houding die sommigen van hen hebben wordt erkend en wordt een integraal onderdeel van de gevestigde orde. Het beeld van de kunstenaar als drop-out, revolutionair of eigenzinnig genie is een romantisch beeld dat niet altijd van toepassing is op mensen die gewoon houden van het soort werk dat kunstenaars doen. Ik zelf neig er naar me te rekenen tot een groep die vooral houdt van het bewerken van materialen en daarmee automatisch reagerend op de sociaal-historische context. Ik ben soms bereid een controversieel beeld te maken. Een beeld met een politiek verhaal, maar meer ben ik geneigd om er een verhaal over de mens van te maken in het algemeen. Wat we ook zien binnen de kunstwereld, en ik heb het dan over de mening van mensen over kunst, is dat een beeld knap gemaakt moet zijn en dat het met tijd en aandacht samengesteld moet zijn. Dit is op zich een politiek oordeel, want het zegt iets over de mate waarop de mens. die niet met kunst bezig is. de vaardigheden aan het verliezen is om kunst te maken die knap en met tijd en aandacht gemaakt is. De mens heeft geen vaardigheid meer. De mens heeft geen tijd en aandacht meer. De wereld raakt versnipperd en verstrooid.
Daartegenover wil ik beelden zetten die in principe ongecompliceerd zijn, steen/staal, sober. Niet teveel signalen moeten er van uitgaan, niet teveel bewerkingen. Geen spektakel of sensatie. Ik heb ook beelden gemaakt die direct weer verwijzen naar de wereld buiten hen of beelden die onaf lijken. Ik reken op begrip van de toeschouwer en toch ook een zeker gevoel van "dat kan ik ook", maar dan in positieve zin.
Dat de steen voor mij slechts een soort omhullend medium. Door leegte toe te voegen, of voor mij beter in te voegen, ontstaat het beeld. Ik heb getracht wat filosofische ideeën, misschien zelf Platoonse Ideeën uit te beelden. Ik beeld me in dat dat gelukt is, maar hoop dat toch dat het nog over komt.
(Deels) auteursrechtelijk beschermd. Atelier Lokaal/Kunstel
Geproduceerd door Markei.nl.